Categoriearchief: opleiding pa Hong

HBS Surabaya

Wat een verwarring, wat een dubbelingen. Maar hier dan de enige echte HBS in Surabaya. Een foto die te vinden is in het Tropenmuseum in Amsterdam

Foto die Joes en Lanny maakten in 2007. Lijkt niet alleen op de foto van het Tropenmuseum maar is volgens nicht Lian hetzelfde gebouw

Toch maar eens zelf gaan kijken in het Tropenmuseum of er meer foto’s zijn.

En hier zitten Joes en Lanny in dezelfde schoolbanken van de HBS als pa Hong.

Chinese studenten in Nederland in de tijd van pa Hong

Discriminatie van Chinezen hebben wij, kinderen van pa Hong, nooit aan den lijve ondervonden, of nee, wij hadden niet het gevoel dat het met ons te maken had. Pa Hong vond dat wij trots moesten zijn op onze Chinese roots. Wij, ja ook de meisjes, kregen allemaal een generatie naam en op onze geboortekaartjes stond ook onze naam in Chinese karakters. Chinees Nieuwjaar werd nooit overgeslagen, we moesten met stokjes kunnen eten en respect tonen voor andere mensen (altijd zorgen voor een eervolle aftocht) en zo zijn er vast meer dingen te noemen. Verder kregen wij een westerse opvoeding en waren wij dokterskindertjes waardoor wij zomaar een bevoorrechte plaats in de samenleving kregen. Woorden als Inda-pinda-poepchinees, of ‘het gele gevaar’ stonden ver van ons af. Veel verder dan het van pa Hong afgestaan heeft in zijn jonge jaren hier in Nederland. Een duidelijke confrontatie vond plaats in de dertiger jaren in zijn studententijd in Leiden.

Het artikel van Tom Hoogervorst en Melita Tarisa ‘The screaming Injustice of Colonial Relationships’: Tracing Chinese Anti-racist Activism in the Netherlands, Bijdragen tot de Taal- Land- en volkenkunde 177 (2021, 27-61) was aanleiding om nog eens in de studentenjaren van pa Hong te duiken. Je kunt hier het artikel downloaden.

Wij weten dat pa Hong een mooie studententijd heeft gehad. Veel interesses, zoals taalcursussen en (studie)reizen naar Engeland, Duitsland, Frankrijk. Ook met en voor de Chinese studentenvereniging Chung Hwa Hui was hij veelvuldig op stap. Chung Hwa Hui was waarschijnlijk het kader waarin hij zijn studentenleven leidde. Midden dertiger jaren drukte hij ook als president van CHH een stempel op de opstelling van de vereniging. Hierover wordt ook gesproken in het bovengenoemde artikel. Dat was ook aanleiding om nog eens beter te kijken naar wat er zoal speelde in de dertiger jaren rond student pa Hong.

De rede van pa Hong uit 1936 bij het 5e lustrum van CHH stond al op de site. Het artikel van Hoogervorst en Tarisa geeft daarvoor de achtergrond.

Dit is wat we weten van pa Hong zelf over die tijd. Hiervoor gaan we terug naar een stuk uit de lezing die pa Hong heeft gehouden voor ‘zijn’ Rotaryclub in Maastricht:

‘Ik dacht dat we gesterkt en gerijpt werden in onze vereniging (=CHH). Retrospectief zie ik ahw een Japans tuintje waarin we zaten’ alles in het klein’ we telden 150 leden met attendance van > 70% en alle schakeringen: conservatieven, progressieven, ja zelfs communisten kon men er vinden, de debatten waren fel (chin kun lawaai maken), er werd wel zeer veel prijs gesteld op eloquentie en goed gesteld Nederlands. Menig functie heb ik daar bekleed, alleen nooit penningmeesterschap, maar als ik later een communist, die ik fel had bestreden, zou ontmoeten als collega in Maastricht, dan was de verhouding door tijd verzacht en leek alles vergeten.’

Van mrt 1932 tot nov 1932 was pa Hong 2e commissaris van het bestuur van Chung Hwa Hui . Van nov 1932 tot nov 1933 secretaris. Van nov 1934 tot nov 1935 en van november 1935 tot nov 1936 tenslotte president van Chung Hwa Hui. Het bestuur werd genoemd naar zijn president. Dus werd gesproken over het bestuur TKH.

Er was ook toen al in het (schokkende) gedicht dat de Indologenvereniging (IV) in 1935 in haar blad plaatste, sprake van racisme, je kunt er ook een voorbode van nazisme in lezen (lees hiervoor het artikel van Hoogervorst en Tarisa). Dat gedicht was de lont in het kruitvat in die roerige jaren.

Solidariteit met China, solidariteit met de mensen die voor de onafhankelijkheid waren van Indonesia (STPI) en solidariteit met Nederland, gastland maar ook koloniaal overheerser, alles liep door elkaar in die dertiger jaren. Valse aantijgingen over en weer, verhitte discussies. Daarin moest pa Hong zich bewegen.

Pa Hong en zijn bestuur wilden een plaats creëren waar alle Chinese studenten, ver van huis, zonder politieke beslommeringen, zich thuis konden voelen met elkaar.

Veel activisten waren het niet met hem eens. Zij wilden meer actie en veroordeelden de ‘slappe houding van het bestuur TKH’.

In de rede van pa Hong als president in het 5e lustrumjaar van CHH in 1936 stelt hij in rustige, bewoordingen de felle discussies (zoals pa Hong ook stelt: ‘er werd wel zeer veel prijs gesteld op eloquentie en goed gesteld Nederlands‘) binnen CHH aan de orde. Zijn toespraak is hier terug te lezen.

Instituut Buijs

We weten dat pa Hong op Instituut Buijs heeft gezeten. Wat rondneuzen op Delpher levert wel iets aan info op. Het blijkt dus een lagere school te zijn geweest, ‘Vereeniging Jongensschool Instituut Buijs’, met in het begin als voornaamste taak op te leiden tot toegang op de HBS. Dat klopt met de carrière van pa Hong. Maar het instituut blijkt meer te zijn. Ook meisjes werden toegelaten. Het was een kostschool en een dagschool. Volgens onze nicht Lian Go in Soerabaya zaten Pa Hong, zijn oudere broer oom Liong, zijn jongere broer oom Tik en twee zussen, tante Phine en tante Cor daar op school toen ze in Soerabaya bij de zus van opa woonden. De school was aan het Butzlingerlöwenplein. Lian vertelt dat haar vader, oom Liong naar de technische school ging, oom Tik naar de handelsschool en de twee zusjes terug naar Sepanjang, het ouderlijk huis. De twee jongste zussen (tante Djoen en tante Sjoe) gingen naar de Chinese school in Sepanjang.

avertentie 1895
advertentie 1895
Bataviaasch Nieuwsblad 1937
De Indische courant 1938

In het boek van Van Galen (geschiedenis van de Chung Hwa Hui, 1989) staat op pagina 27/28:
‘De eerste studenten hadden hun vooropleiding verkregen via particulier onderwijs of via officiële Europese scholen. Formeel waren de laatsten niet toegankelijk voor Chinezen, maar vooraanstaande en zeer rijke Chinezen konden aan Europeanen worden gelijkgesteld en zo voor hun kinderen toegang krijgen tot het Europese onderwijs. Van de studenten geboren tussen 1888 en 1903 waar we de gegevens van bezitten blijkt vrijwel iedereen als vooropleiding de ELS (Europeesche Lagere School) en HBS te hebben, in enkele gevallen voorafgegaan door privéonderwijs of een Hokkien-school. In 1908 werd met de Hollandsch-Chineesche School (HCS) een bredere basis gelegd voor Westers onderwijs aan Chinezen. Sindsdien verliep voor deze studenten de normale schoolloopbaan via HCS en HBS naar studie in Nederland, en werd het in toenemende mate mogelijk om als voorbereiding op een rechten- of medicijnenstudie in Nederland al enkele jaren hoger onderwijs te volgen in Nederlandsch-Indië.’

Lian antwoordt op mijn vraag of instituut Buijs een privéschool is:

‘dat is een school voor de rijke chinees en zeker geen HCS’

Mijn conclusie is, ondanks wat er staat in de scriptie van Van Galen, dat instituut Buijs een privéschool was voor jongens en meisjes (ondanks de naam: Vereeniging Jongensschool) en dat de school was gelijkgesteld aan de Europeesche Lagere School. Dat pa Hong op de afdeling zat die toelating bood tot de HBS en de andere broers op de techniek, c.q. de handelsafdeling zaten. De meisjes zaten ongetwijfeld op een meisjesafdeling die niet tot een verdere opleiding opleidde.

Han Go heeft ook al een keer zijn licht hierover laten schijnen en Joes en Lanny zijn met de familie naar de HBS en de artsenschool geweest. Ik kan de verschillende verhalen niet naadloos op elkaar laten aansluiten.

Wij staan open voor een andere kijk op de zaak 🙂 .

Boeken pa Hong

In het boek ‘Algemeene Muziekleer’ van J Worp, elfde druk, 1927 vond ik een rekening uit 1937 van pa Hong.

envelop
rekening

Dat is niet mis! In 1937 een rekening van een antiquariaat van 205, 67 gulden. Dat is toch een vermogen in die tijd. En hij heeft twee keer afbetaald: 10 gulden per keer. Burgersdijk was een bekend antiquariaat in Leiden, ook nog in onze tijd. Toch bijzonder die pa Hong dat hij in zijn studententijd zulke grote aanschaffen deed. Hij was dan ook altijd breed geïnteresseerd. En hij had er blijkbaar het geld voor.

oude boeken pa Hong

In de loop der jaren heb ik een aantal boeken van pa Hong verzameld. Over Leidse wetenschappers, over filosofen en fotografie. Maar op een gegeven moment is het te veel en wordt het tijd om de boeken een mooie bestemming te geven. Net zoals gelukt is voor het boekje: ‘student worden’.

De volgende vier boeken heb ik naar de universiteitsbibliotheek Leiden gestuurd met de vraag of zij er iets aan hebben. Dit is hun antwoord:

‘Hartelijk dank voor de boeken die u ons stuurde. Een tweetal daarvan hebben wij nog niet in onze collectie (Schopenhauer, Samtliche Werke 3 ; Hagemann, Metaphysik). Deze stuur ik door naar de afdeling acquisitie om te worden opgenomen in onze collectie. De overige twee boeken over Bolland hebben wij al en zet ik in de zogeheten 1-eurokast, waaruit de wetenschappelijke staf en studenten overgebleven boeken kunnen halen.
 
Met vriendelijke groet,
 Susanne van Rijn
Vakreferent UBL’
Mooi dat ze bij de Leidse universiteit, de alma mater van pa Hong een plek hebben gekregen.

Student worden 1931

voorkant boekje

Titelpagina

De alom bekende handtekening van pa Hong

Pa Hong bezat in zijn studententijd dit boekje ‘Student worden’, uitgegeven in 1931.
Voorin het boekje staat zijn naam met de datum: juni 1937.
Het boekje gaat over wat studenten moeten weten over studeren en hun studiehouding als zij in Leiden met hun studie beginnen. Het boekje was zijn tijd ver vooruit omdat ook wordt ingegaan op de relatie tussen wetenschap en maatschappij. Een hoofdstuk gaat zelfs volledig over meisjesstudenten.
Bijzonder aan het boekje is ook het voorwoord van de Leidse hoogleraar rechtswetenschap Cornelis van Vollenhoven, in 1916/17 Rector Magnificus van de universiteit.
Van Vollenhoven was vooral bekend om zijn werken over de adat-rechtssystemen van het toenmalige Nederlands-Indië.
In 1978 is aan de Universiteit Leiden het Van Vollenhoven Instituut opgericht waar onderzoek wordt gedaan naar recht in ontwikkelingslanden.

Bij een tweede afscheid van zijn werk heeft Frans (partner Anki) op suggestie van Anki het boekje aangeboden aan de huidige Rector Magnificus Carel Stolker.
Deze was, zelf ook rechtswetenschapper, zeer verguld met het boekje en beloofde dit op te nemen in de ‘bibliotheek van de Rectores Magnifici’, zodat ook toekomstige rectores hiervan kennis kunnen nemen.

Is dat nou geen mooie bestemming voor een stukje van de nalatenschap van pa Hong.

oratie zoon van dé dokter Tan

Gisteren heeft Bing zijn oratie uitgesproken aan de universiteit van Maastricht. Hij is weer ‘pulang kampong’. Daar is hij niet dr Tan maar de zoon van dé dokter Tan.

Het is mooi om te horen dat de rode draad in het leven van Bing steeds duidelijker is te zien. Zijn grote respect voor de kwaliteit van het leven tussen de vaste uiteinden: de geboorte en de dood.

Mooi om te horen hoe hij grenzen heeft overschreden; hoe hij dat niet alleen met vasthoudendheid maar ook met zoveel anderen samen deed en doet.

Hij heeft kansen gekregen en ook gebruikt, vaak ook met hulp. Zonder zijn moeder was er van zijn schoolcarrière niet veel terecht gekomen en een groot talent in de kiem gesmoord. Al eerder werd de grote betrokkenheid van pa Hong bij zijn patiënten gememoreerd. Bing kreeg dat dus met de paplepel ingegoten.

Zijn oratie is niet alleen een pleidooi om grenzen te slechten, maar ook om patiënten als mensen te blijven zien, met wie je samen bepaalt hoe lang er behandeld wordt en wanneer het tijd is om afscheid te nemen.

De oratie is te vinden op de mediasite van de universiteit van Maastricht en ook via onderstaande afbeelding.

Lou Quaden, mediasite universiteit Maastricht heeft ervoor gezorgd dat de oratie nu eeuwig op de site kan blijven staan.

Dank Lou Quaden voor deze snelle actie!

specialisatie interne geneeskunde 1940-1945

Lokje (als oudste kind) is de bron van informatie als het gaat over gegevens van onze ouders in de vroege jaren van hun huwelijk. Zij kent veel verhalen nog van vroeger.
Nooit eerder hebben we uitgezocht in welke jaren precies pa Hong zich in Maastricht specialiseerde tot internist.
Lokje vertelde dat pa Hong de praktijk overgenomen had van Mendes de Leon en dat pa Hong op Wilhelminasingel 107 zijn praktijk heeft gevoerd op de eerste verdieping. Toen zijn de bordjes ook gemaakt met ‘spreekkamer’, ‘wachtkamer’ en ‘Laboratorium’. Pa Hong en ma Ans zijn daar op 2 februari 1946 gaan wonen, vlak voor de geboorte van Lokje. Wanneer hij naar de Mariastraat is verhuisd met zijn praktijk weten we niet, wel dat hij op het volgende woonadres: Wilhelminasingel 105 geen praktijk meer aan huis had.
Nou is het leuke van internet dat er veel is terug te vinden. Want wat vond ik: Boekje over interne geneeskunde in Maastricht (hopelijk werkt de link ook voor jullie).
In dat boekje staat alles over de geschiedenis van Mendes de Leon en interne geneeskunde in het St Annadal ziekenhuis (de kreet:’ziekenhuis, is pappa thuis’ klinkt nog altijd in onze hoofden).
Er staat ook een tabel in, waarin staat dat pa Hong van 1940 tot 1945 assistent was.

Pa Hong is van 1940 tot 1945 assistent geweest. Daarna heeft hij zich gevestigd als vrijgevestigd arts nadat hij de praktijk van Mendes de Leon heeft overgenomen. Korte tijd heeft hij nog in het Groene Kruisgebouw gezeten aan de Bogaerde straat in Maastricht voor hij naar de Wilhelminasingel verhuisde en praktijk aan huis had. Ma Ans was daar zijn assistente. Toch nog haar droom uitgekomen: de vrouw zijn van een plattelandsarts en meewerken in de praktijk. Zij was immers een gediplomeerd verpleegkundige.
Op pagina 23 van het boekje staat dat pa Hong assistent interne geneeskunde is geworden, vertrokken in 1945.

Dit bericht moet nog verwerkt worden in de pagina Maastricht 1940-1949

Tjoe Lan Lim-Ko

Heel veel namen bij de foto’s uit de studiejaren in Leiden zijn door Tjoe Lan Lim-Ko aangeleverd. Voor we haar kenden, zeiden de foto’s ons helemaal nix. Toen kwam Han Go die ons weer in contact bracht met Tjoe Lan en daar kwamen de namen!

Hoe is dat mogelijk. Tijdens die Leidse jaren was Tjoe Lan namelijk nog maar een een klein meisje (geboren in 1935) . En daarna vertrok het gezin naar Bandoeng.

Ko Tjoe Lan, foto gemaakt door pa Hong

Toen ik haar ernaar vroeg antwoordde ze:
‘Ja ik was in de Leidse tijd nog klein. Maar later in Indonesia kwamen veel mensen altijd naar ons toe om mijn ouders te bezoeken. Mijn ouders waren in de Leidse tijd 1 van de oudsten.Wij woonden in Bandung  en het klimaat was aangenaam en er kwamen vrienden naar Bandung. uit Surabaia en Jakarta op vakantie en die logeerden soms bij ons. Tijdens de Japanse bezetting waren er geen voorleesboekjes te koop en gebruikte mijn moeder het fotoboek als verhalenboek .Zij kon goed vertellen. Zodoende.’ en voegt daar later nog aan toe:
‘Uiteindelijk kende ik de personen ook persoonlijk omdat ze in Bandung bij mijn ouders kwamen en ik uit mijzelf goed namen kan onthouden.’

Dank Tjoe Lan, dat je je kennis met ons wilt delen!