Categoriearchief: rondom Sepanjang

HBS Surabaya

Wat een verwarring, wat een dubbelingen. Maar hier dan de enige echte HBS in Surabaya. Een foto die te vinden is in het Tropenmuseum in Amsterdam

Foto die Joes en Lanny maakten in 2007. Lijkt niet alleen op de foto van het Tropenmuseum maar is volgens nicht Lian hetzelfde gebouw

Toch maar eens zelf gaan kijken in het Tropenmuseum of er meer foto’s zijn.

En hier zitten Joes en Lanny in dezelfde schoolbanken van de HBS als pa Hong.

Huisaltaar in Sepanjang

In het voorouderlijk huis van pa Hong in Sepanjang stond het huisaltaar. Wij, kinderen, hebben het allemaal nog kunnen zien. Bing heeft zich als zoon van pa Hong nog gepresenteerd aan de goden. Voor ons, de dochters, was dat niet nodig.

Bing, zoon van pa Hong begin 80er jaren bij zijn eerste bezoek.
De laatste keer het huisaltaar in vol ornaat, 20 aug 2019.
De laatste keer dat Engtiong, onze neef, nog leefde

Ira, de vrouw van Andy, gaf op mijn verzoek toelichting.
Ik: ‘Is it allowed to eat the food after the celebration?’
Ira:’yes, we eat and party after prayeršŸ˜’
Ik: ‘What is the red drink?’
Ira: ‘it should be red wine, but my mom did not drink wine so it was replaced by red coke or fanta šŸ˜āœŒšŸ»’

Op 7 december 2019 is onze neef Engtiong/Tiong (tweede zoon van de oudste broer van pa Hong) gestorven. Hij woonde in het voorouderlijk huis en hield de oude tradities in ere. De tijden zijn veranderd. De twee zonen van Engtiong/Tiong zetten deze tradities niet voort. Andy, die naast het ouderlijk huis woont met Ira, heeft het veel te druk met werk en gezin en Robert, de jongste zoon, woont in Jakarta en is daardoor ook weinig in het voorouderlijk huis.

Sinds kort is het huisaltaar ontmanteld. Dat hoorde ik toevallig van onze neef Enghwa, de oudere broer van Engtiong. Enghwa woont in Nederland. Op mijn verzoek vertelt onze nicht Lian in Soerabaya hoe dat is gegaan. Lian spreekt, zoals ik al vaker vermeldde, geweldig goed Nederlands. Een overblijfsel uit haar lagere schooltijd. Dit is wat zij erover zegt op 30 mei 2021.

‘Nu Tiong er niet meer is, is er niemand die gaat bidden Andy komt laat thuis Robert zit in Jakarta. Toen wordt er maar besloten om het altaar te sluiten. Heb met engtiong gesproken, hij akkoord en hier ook akkoord. Toen heb ik met een spiritualis (suhu Aliang, op 6 april overleden, voegde Lian er later aan toe) gesproken en ik weet dat het moet gebeuren voor chinees nieuwjaar want 7 dagen voor nieuwjaar gaan al de chinese goden en godinnen naar de hemel om ons doen en laten aan God te rapporteren.
Er word een laatste diner gegeven en gebeden. Het ritueel heeft een uur geduurd en zo alles in een rode zak gedaan en de volgende ochtend met de boot naar Madura in zee gedaan met bloemen en zo . De altaartafel is nog thuis, gesloten.’

Uit het relaas van Lian wordt duidelijk dat het altaar in januari 2021 zal zijn ontmanteld, voor Chinees Nieuwjaar, dat dit jaar op 12 februari viel.

Een verdere toelichting van Lian op mijn vraag over het geloof:

‘Dat is het geloof van vroeger toen we klein waren weten we al 7 dagen voor chinees nieuwjaar moet alles schoongemaakt worden. Dat doet onze overgrootmoeder; de as wordt gezeefd en de bak met brons weer mooi wit, t lijkt wel van zilver. De 1e vieren we nieuwjaar en de 4e komen de goden terug op aarde.’

volgens mij heeft Lian het over deze ‘bak’.

Instituut Buijs

We weten dat pa Hong op Instituut Buijs heeft gezeten. Wat rondneuzen op Delpher levert wel iets aan info op. Het blijkt dus een lagere school te zijn geweest, ‘Vereeniging Jongensschool Instituut Buijs’, met in het begin als voornaamste taak op te leiden tot toegang op de HBS. Dat klopt met de carriĆØre van pa Hong. Maar het instituut blijkt meer te zijn. Ook meisjes werden toegelaten. Het was een kostschool en een dagschool. Volgens onze nicht Lian Go in Soerabaya zaten Pa Hong, zijn oudere broer oom Liong, zijn jongere broer oom Tik en twee zussen, tante Phine en tante Cor daar op school toen ze in Soerabaya bij de zus van opa woonden. De school was aan het Butzlingerlƶwenplein. Lian vertelt dat haar vader, oom Liong naar de technische school ging, oom Tik naar de handelsschool en de twee zusjes terug naar Sepanjang, het ouderlijk huis. De twee jongste zussen (tante Djoen en tante Sjoe) gingen naar de Chinese school in Sepanjang.

avertentie 1895
advertentie 1895
Bataviaasch Nieuwsblad 1937
De Indische courant 1938

In het boek van Van Galen (geschiedenis van de Chung Hwa Hui, 1989) staat op pagina 27/28:
‘De eerste studenten hadden hun vooropleiding verkregen via particulier onderwijs of via officiĆ«le Europese scholen. Formeel waren de laatsten niet toegankelijk voor Chinezen, maar vooraanstaande en zeer rijke Chinezen konden aan Europeanen worden gelijkgesteld en zo voor hun kinderen toegang krijgen tot het Europese onderwijs. Van de studenten geboren tussen 1888 en 1903 waar we de gegevens van bezitten blijkt vrijwel iedereen als vooropleiding de ELS (Europeesche Lagere School) en HBS te hebben, in enkele gevallen voorafgegaan door privĆ©onderwijs of een Hokkien-school. In 1908 werd met de Hollandsch-Chineesche School (HCS) een bredere basis gelegd voor Westers onderwijs aan Chinezen. Sindsdien verliep voor deze studenten de normale schoolloopbaan via HCS en HBS naar studie in Nederland, en werd het in toenemende mate mogelijk om als voorbereiding op een rechten- of medicijnenstudie in Nederland al enkele jaren hoger onderwijs te volgen in Nederlandsch-IndiĆ«.’

Lian antwoordt op mijn vraag of instituut Buijs een privƩschool is:

‘dat is een school voor de rijke chinees en zeker geen HCS’

Mijn conclusie is, ondanks wat er staat in de scriptie van Van Galen, dat instituut Buijs een privƩschool was voor jongens en meisjes (ondanks de naam: Vereeniging Jongensschool) en dat de school was gelijkgesteld aan de Europeesche Lagere School. Dat pa Hong op de afdeling zat die toelating bood tot de HBS en de andere broers op de techniek, c.q. de handelsafdeling zaten. De meisjes zaten ongetwijfeld op een meisjesafdeling die niet tot een verdere opleiding opleidde.

Han Go heeft ook al een keer zijn licht hierover laten schijnen en Joes en Lanny zijn met de familie naar de HBS en de artsenschool geweest. Ik kan de verschillende verhalen niet naadloos op elkaar laten aansluiten.

Wij staan open voor een andere kijk op de zaak šŸ™‚ .

Tan Eng Tiong

Tan Eng Tiong 27 augustsu 1942 – 8 december 2019

Onze neef Eng Tiong (Irwan Wibisono) is op 8 december 2019 overleden in Surabaya. Hij was de jongere broer van Eng Hwa en de tweede zoon van oom Liong, de oudste broer van pa Hong.

Eng Tiong wist nog zoveel verhalen over vroeger te vertellen, over de familie-geschiedenis en dingen die wij niet wisten over het ouderlijk huis in Sepanjang. Hij wist bij ons bezoek in 2014 zelfs nog een boek tevoorschijn te halen van pa Hong over fotografie: het handboek der practische fotografie, met nog een paar oude fotoā€™s erin. Achtergelaten door pa Hong toen hij in 1927 naar Nederland vertrok.

Wij, de kinderen van pa Hong, zijn zo blij dat de contacten in de zeventiger jaren met de familie in Indonesia zijn hersteld. Het is Eng Hwa geweest die hiertoe het initiatief heeft genomen toen hij naar Nederland was gekomen. Sindsdien hebben wij regelmatig de familie bezocht. Bing spant de kroon, ook door het werk dat hij heeft opgezet in Yogya. Hij komt sinds 1999 een- tot tweemaal per jaar bij de familie in Surabaya en Sepanjang. Hij is ook de laatste die Eng Tiong in goeden doen heeft gezien. Afgelopen oktober heeft Eng Tiong hem nog naar het vliegveld gebracht samen met zijn oudste zoon Andy.

Ing Bing, Eng Tiong en Andy
v li af: Jonathan, Ing Bing, Eng Tiong, Andrew, Kiat, Lian, Andy

Wij hebben zoveel mooie herinneringen aan Eng Tiong. Onze bezoeken worden gekenmerkt door de ongelooflijke gastvrijheid van de familie en het gevoel voor ons om thuis te komen. Het voelt in het ouderlijk huis van Pa Hong door alle verhalen die hij ons vroeger heeft verteld zelfs voor ons heel erg vertrouwd aan. We hopen nog vaak in Indonesiƫ te komen en de familie te bezoeken. Het zal echter zonder Eng Tiong nooit meer hetzelfde zijn.

Sterkte Kiat, Andy, Ira, Robert, Wenny, Andrew, Jonathan and Lian bij het dragen van dit grote verlies.

Chinees nieuwjaar 2019

5 februari was het chinees nieuwjaar. Wij, kinderen Tan, kregen dan altijd van pa Hong geld in een rood zakje en mooie wensen in karakters op rood papier. En we maakten voor pa Hong een mooie kaart met alle mogelijke artistieke varianten van ‘Hok Lok Sioe’. Dat betekende voor ons gelukkig nieuwjaar.

Is Sepanjang, het ouderlijk huis van pa Hong wordt ieder jaar dit lentefeest gevierd met een rijk gedekt huisaltaar. Eerst wordt er gebeden en daarna wordt er feest gevierd o.a. met het opeten van de rijke dis.

het altaar in Sepanjang
een rijk gevulde dis
de rode wijn is erg rood omdat het limonade is, geen alcohol

Oom Tik

De jongste broer van pa Hong. Ze scheelden ruim een jaar in leeftijd. Pa Hong vertelde altijd met veel plezier over de stoute streken van oom Tik. Deze twee broers trokken veel met elkaar op. Hun oudste broer: oom Liong was een onbereikbare grote, sterke broer.

Jarenlang was er geen contact tussen de familie in Indonesia en ons hier in Nederland. Tot Enghwa en Flora (zijn eerste vrouw die later is overleden) in juni 1974 voorgoed naar Nederland kwam. Door hem werden de rimpels in de relatie tussen de families glad gestreken. Van Enghwa kreeg ik het postadres van oom Tik en vanaf dat moment heb ik met hem gecorrespondeerd tot hij overleed.

In 1978 gingen Lanny en ik samen naar Indonesia. Een bezoek aan de familie in Sepanjang hoorde daar natuurlijk bij. Wij hadden daar eigenlijk geen verwachtingen van. Wij kenden ze helemaal niet. Het werd een feest van herkenning. Zoveel trekken van pa Hong zagen we terug in zijn zussen en broers. Met name oom Tik. Hij leek zo sterk op pa Hong in het soort grappen die hij maakte, wat hij lekker vond, de dingen die hij deed (klagen over de muisjes en tegelijkertijd ook stukjes kaas voor ze neerleggen bijvoorbeeld). Hij woonde in Semarang (Jalan Kepodang 49) in een ruimte achter zijn bureau. Hij was baas van Lau Tjien in Semarang, denken wij. Wij logeerden ook in diezelfde ruimte. We bleven er een paar dagen, waarin we gefĆŖteerd werden door de hele familie. En met name toen we oom Tik achter lieten, was het net alsof we onze vader daar achter lieten. Met een grote brok in mijn keel namen we afscheid. Zo vreselijk jammer dat hij zo ver weg woonde. Ik ben nog maar een keer terug geweest naar hem, samen met Frans. Weer dezelfde hartelijkheid en herkenning. In de jaren daarna wilde ik graag nog eens hem zien, maar hij was ondertussen met pensioen en verhuisd naar Surabaya en schreef: ‘als jij weer naar Indonesia komt, moet je maar langsgaan’. Hij wilde ons niet meer zien, nu zijn zelfstandige tijd voorbij was.

Bing en oom Tik, 1979
Anki en oom Tik 1978

Jaaaaa, dat heb ik ook nog, een foto met oom Tik, van een jaar eerder. We gingen met hem naar de vogeltjesmarkt omdat Lanny zo’n kooi mee naar huis wilde nemen.

nog meer over de familie Oei

De broer van op Tan Ban Bie (Tan Ban Siang) is getrouwd met Ong Tian Nio En een van hun dochters is getrouwd met een Oei. Zo zijn we dus aan elkaar verwant geraakt. Vroeger kwamen de kinderen Oei vaak bij ons logeren of op bezoek. Hun broer Wil woonde in Maastricht en bij zijn gezin kwamen wij ook.

Nu na zoveel jaren heb ik Wil gebeld om te vragen of hij nog iets weet over de afkomst van zijn schoonfamilie. Hij wist nix meer over hen, maar hij vertelde over de afkomst van de familie Oei.

De vader van Tan Ban Siang had in China een bedrijf dat zeewaardige (houten) boten maakte: jonks. De naam van het bedrijf heb ik niet goed begrepen, iets van Congsie San Bie???Hij had drie zonen, die alledrie een jonk kregen. De jongste zoon voelde zich een echte ontdekkingsreiziger en voer met zijn jonk naar Indiƫ waar hij kennis maakte met de familie Ong. Een van hun dochters (die dus Oei heten) trouwde met Tan Tjiat Nio

Wil veronderstelde dat zijn jongere broer Otto (wij kenden hem als Lok, wat wij erg leuk vonden omdat onze oudste zus immers ook Lok heet), zich meer met de familie afkomst had bezig gehouden.

Nou heb ik Otto net gebeld. Hij verwijst naar zijn zus Trees. Hij gaat contact leggen via zoon Anton. Ben erg benieuwd wat we te weten komen!

Onze overgrootmoeders definitief!

Overgrootvader Tan Kie Djwan met zijn echtgenotes. links onze overgrootmoeder Thio.

Veel verwarring, maar we denken dat het zo is gegaan. Tjoa is de rechter dame en de eerste vrouw in Ned. IndiĆ« van Tan Kie Djwan. Zij was de dochter van Ā koopman Tjoa die wel een goede echtgenoot zag in onze overgrootvader Ā voor zijn dochter.Ā Samen kregen zij geen kinderen.
Daarna kwam de vrouw links in beeld: Thio. Zij is de moeder van onze opa Tan Ban Bie. Onze neef Enghwa heeft goede herinneringen aan haar. Lees hierover in dit bericht.

Of Tjoa, de eerste vrouw van Tan Kie Djwan nu overleden is of niet, speelt niet bij de vraag wie onze overgrootmoeder is. Dat is de vrouw links. En het zijn geen zusjes (ze hebben immers een verschillende naam), maar we veronderstellen dat er wel een familieband is, dus wij gaan voor nichtjes. Dat is ook al eerder genoemd. Kortom Lokje lijkt toch op haar overgrootmoeder.

Onze overgrootmoeders

Deze foto hebben we al vaker laten zien. Maar nu heeft onze neef Enghwa het volgende verteld:
de Ā vrouw rechts is de eerste vrouw van onze overgrootvader Tan Kie Djwan in IndiĆ« en de moeder van onze opa. Haar familienaam is Tjoa. De vrouw links is haar zus met wie onze overgrootvader verder leefde na de dood van zijn vrouw en zij werd gezien als oma, eigenlijk overgrootmoeder. De ‘echte’ overgrootmoederĀ was al dood. Onze neef Enghwa heeft de vrouw links nog gekend als ‘een hele lieve oma’. Hij was toen een jaar of 8. Dat moet rond 1940/1942 zijn geweest. Nou is de vraag of de twee vrouwen zussen zijn of nichten, zoals wij eerder vermeldden op de pagina ‘Leven in IndiĆ«’. En ook dachten wij daar nog dat de vrouw links onze overgrootmoeder was, dat o.a. Lokje op haar leek….Lees het maar terugĀ via de link hierboven.

We hopen hier nog uitsluitsel over te krijgen.

familieverhalen: oom Tik

Neef Enghwa herinnert zich verhalen over oom Tik, toen pa Hong al lang naar Nederland was vertrokken. Oom Tik was de oom met wie hij veel optrok en die toen ook in Sepanjang woonde. Toen Enghwa drie jaar lang niet naar school mocht tijdensĀ de Japanse bezetting (1942-1945), gaf oom Tik hem les in allerlei vakken.

Oom Tik had in de Japanse tijd zijn pistool (een FN?) en zijn DKW (motor) minutieus uit elkaar gehaald, ingevet, ingepakt en daarna heel goed begraven. Na de bezetting heeft hij beide weer in elkaar gezet en ze werkten weer. Enghwa ging als mannetje van een jaar of 13 rijden met oom Tik op de DKW. Hij aan het stuur en oom Tik achterop. Natuurlijk werden ze aangehouden. De politieman vroeg naar het rijbewijs van Enghwa, terwijl oom Tik en hij dat maar raar vondenĀ omdat hij overduidelijk nog te jongĀ was. Affijn, hij mocht natuurlijk niet verder rijden en ze wisselden dus van plaats.
Enghwa heeft mooie herinneringen aan oom Tik en ook aan zijn DKW (Das Kleine Wunder/Des Knaben Wunsch)

DKW E250 (245 cc tweetakt) uit 1927: Wikipedia

en het FN-pistool (afkomstig uit deĀ fabriekshallen op het hoog omheinde complex van FN middenin het Luikse plaatsje Herstal).Ā