oom Kees van den Muijsenbergh overleden

Op 5 november 2021 is onze laatste oom, de oudste broer van ma Ans overleden.

De rouwkaart

Het was een prachtig afscheid waarin de veelzijdigheid en de grote dankbaarheid en liefde voor het leven, waarin zijn vrouw -onze tante Maria- en zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen een grote rol innamen, veelvuldig aan bod kwamen. Hij heeft tot het einde in zijn eigen huis kunnen blijven wonen, iets dat hij heel graag wilde. Dit werd mogelijk door de niet aflatende zorg van zijn kinderen en van professionele, liefdevolle verzorgsters.

1923 – 2021

Hier de tekst van het afscheidswoord dat is uitgesproken door Winfried, de oudste zoon van oom Kees.

Met hem is de generatie van ma Ans uitgestorven. Net zoals de generatie van pa Hong.

Spam of contactadvertentie 2

Tot mijn verrassing kwam er weer een bericht van dezelfde auteur. Hij heet Pang You en schrijft:

HALLO WEBBIE TAN IK BESTA WEL SORRY DAT IK DEZE WEB SITE HEB GEBRUIKT WAARVOOR HET NIET BEDOELD IS SORRY

Daarop heb ik hem weer een mailtje gestuurd, waarin ik hem veel succes wens bij het vinden van een partner via andere kanalen. Die mail is nog niet terug gekomen.

Huisaltaar afscheid

In een eerder bericht (31 mei) kwam het ontmantelen van het huisaltaar in Sepanjang al aan de orde. Onze nicht Lian heeft het hele proces voor ons beschreven en foto’s (gemaakt door Inge The) toegevoegd. Ik zou graag meer over de achtergrond willen weten, begrijp nu lang niet alles. Dit is – denk ik – hoe het in zijn werk is gegaan:

‘Nu Tiong er niet meer is, is er niemand die gaat bidden Andy komt laat thuis Robert zit in Jakarta. Toen wordt er maar besloten om het altaar te sluiten. Heb met engtiong gesproken, hij akkoord en hier ook akkoord. Toen heb ik met een spiritualis (suhu Aliang, op 6 april overleden, voegde Lian er later aan toe) gesproken en ik weet dat het moet gebeuren voor chinees nieuwjaar want 7 dagen voor nieuwjaar gaan al de chinese goden en godinnen naar de hemel om ons doen en laten aan God te rapporteren.

Dit bericht postten we op ……..mei. En dan nu de preciezere invulling.

Suhu Aliang gaat voor bij het ritueel.

Lian vertelt verder:

Er wordt een laatste diner gegeven en gebeden. Dat ritueel heeft een uur geduurd.

Vervolgens wordt buiten voor de voorgalerij van het voorouderlijk huis nepgeld verbrand.

Dan bidden voor het laatst en tegelijk sluiten van altaar. De volgende dag alles in een rode zak gedaan en mee genomen met de boot naar Madura en in zee gestrooid met bloemen en zo.

De altaar tafel is nog thuis, achter de deurtjes ligt de bak/wierookhouder, omgekeerd. De deurtjes zijn nu dicht.

HBS Surabaya

Wat een verwarring, wat een dubbelingen. Maar hier dan de enige echte HBS in Surabaya. Een foto die te vinden is in het Tropenmuseum in Amsterdam

Foto die Joes en Lanny maakten in 2007. Lijkt niet alleen op de foto van het Tropenmuseum maar is volgens nicht Lian hetzelfde gebouw

Toch maar eens zelf gaan kijken in het Tropenmuseum of er meer foto’s zijn.

En hier zitten Joes en Lanny in dezelfde schoolbanken van de HBS als pa Hong.

Huisaltaar in Sepanjang

In het voorouderlijk huis van pa Hong in Sepanjang stond het huisaltaar. Wij, kinderen, hebben het allemaal nog kunnen zien. Bing heeft zich als zoon van pa Hong nog gepresenteerd aan de goden. Voor ons, de dochters, was dat niet nodig.

Bing, zoon van pa Hong begin 80er jaren bij zijn eerste bezoek.
De laatste keer het huisaltaar in vol ornaat, 20 aug 2019.
De laatste keer dat Engtiong, onze neef, nog leefde

Ira, de vrouw van Andy, gaf op mijn verzoek toelichting.
Ik: ‘Is it allowed to eat the food after the celebration?’
Ira:’yes, we eat and party after prayer😁’
Ik: ‘What is the red drink?’
Ira: ‘it should be red wine, but my mom did not drink wine so it was replaced by red coke or fanta 😁✌🏻’

Op 7 december 2019 is onze neef Engtiong/Tiong (tweede zoon van de oudste broer van pa Hong) gestorven. Hij woonde in het voorouderlijk huis en hield de oude tradities in ere. De tijden zijn veranderd. De twee zonen van Engtiong/Tiong zetten deze tradities niet voort. Andy, die naast het ouderlijk huis woont met Ira, heeft het veel te druk met werk en gezin en Robert, de jongste zoon, woont in Jakarta en is daardoor ook weinig in het voorouderlijk huis.

Sinds kort is het huisaltaar ontmanteld. Dat hoorde ik toevallig van onze neef Enghwa, de oudere broer van Engtiong. Enghwa woont in Nederland. Op mijn verzoek vertelt onze nicht Lian in Soerabaya hoe dat is gegaan. Lian spreekt, zoals ik al vaker vermeldde, geweldig goed Nederlands. Een overblijfsel uit haar lagere schooltijd. Dit is wat zij erover zegt op 30 mei 2021.

‘Nu Tiong er niet meer is, is er niemand die gaat bidden Andy komt laat thuis Robert zit in Jakarta. Toen wordt er maar besloten om het altaar te sluiten. Heb met engtiong gesproken, hij akkoord en hier ook akkoord. Toen heb ik met een spiritualis (suhu Aliang, op 6 april overleden, voegde Lian er later aan toe) gesproken en ik weet dat het moet gebeuren voor chinees nieuwjaar want 7 dagen voor nieuwjaar gaan al de chinese goden en godinnen naar de hemel om ons doen en laten aan God te rapporteren.
Er word een laatste diner gegeven en gebeden. Het ritueel heeft een uur geduurd en zo alles in een rode zak gedaan en de volgende ochtend met de boot naar Madura in zee gedaan met bloemen en zo . De altaartafel is nog thuis, gesloten.’

Uit het relaas van Lian wordt duidelijk dat het altaar in januari 2021 zal zijn ontmanteld, voor Chinees Nieuwjaar, dat dit jaar op 12 februari viel.

Een verdere toelichting van Lian op mijn vraag over het geloof:

‘Dat is het geloof van vroeger toen we klein waren weten we al 7 dagen voor chinees nieuwjaar moet alles schoongemaakt worden. Dat doet onze overgrootmoeder; de as wordt gezeefd en de bak met brons weer mooi wit, t lijkt wel van zilver. De 1e vieren we nieuwjaar en de 4e komen de goden terug op aarde.’

volgens mij heeft Lian het over deze ‘bak’.

Chinese studenten in Nederland in de tijd van pa Hong

Discriminatie van Chinezen hebben wij, kinderen van pa Hong, nooit aan den lijve ondervonden, of nee, wij hadden niet het gevoel dat het met ons te maken had. Pa Hong vond dat wij trots moesten zijn op onze Chinese roots. Wij, ja ook de meisjes, kregen allemaal een generatie naam en op onze geboortekaartjes stond ook onze naam in Chinese karakters. Chinees Nieuwjaar werd nooit overgeslagen, we moesten met stokjes kunnen eten en respect tonen voor andere mensen (altijd zorgen voor een eervolle aftocht) en zo zijn er vast meer dingen te noemen. Verder kregen wij een westerse opvoeding en waren wij dokterskindertjes waardoor wij zomaar een bevoorrechte plaats in de samenleving kregen. Woorden als Inda-pinda-poepchinees, of ‘het gele gevaar’ stonden ver van ons af. Veel verder dan het van pa Hong afgestaan heeft in zijn jonge jaren hier in Nederland. Een duidelijke confrontatie vond plaats in de dertiger jaren in zijn studententijd in Leiden.

Het artikel van Tom Hoogervorst en Melita Tarisa ‘The screaming Injustice of Colonial Relationships’: Tracing Chinese Anti-racist Activism in the Netherlands, Bijdragen tot de Taal- Land- en volkenkunde 177 (2021, 27-61) was aanleiding om nog eens in de studentenjaren van pa Hong te duiken. Je kunt hier het artikel downloaden.

Wij weten dat pa Hong een mooie studententijd heeft gehad. Veel interesses, zoals taalcursussen en (studie)reizen naar Engeland, Duitsland, Frankrijk. Ook met en voor de Chinese studentenvereniging Chung Hwa Hui was hij veelvuldig op stap. Chung Hwa Hui was waarschijnlijk het kader waarin hij zijn studentenleven leidde. Midden dertiger jaren drukte hij ook als president van CHH een stempel op de opstelling van de vereniging. Hierover wordt ook gesproken in het bovengenoemde artikel. Dat was ook aanleiding om nog eens beter te kijken naar wat er zoal speelde in de dertiger jaren rond student pa Hong.

De rede van pa Hong uit 1936 bij het 5e lustrum van CHH stond al op de site. Het artikel van Hoogervorst en Tarisa geeft daarvoor de achtergrond.

Dit is wat we weten van pa Hong zelf over die tijd. Hiervoor gaan we terug naar een stuk uit de lezing die pa Hong heeft gehouden voor ‘zijn’ Rotaryclub in Maastricht:

‘Ik dacht dat we gesterkt en gerijpt werden in onze vereniging (=CHH). Retrospectief zie ik ahw een Japans tuintje waarin we zaten’ alles in het klein’ we telden 150 leden met attendance van > 70% en alle schakeringen: conservatieven, progressieven, ja zelfs communisten kon men er vinden, de debatten waren fel (chin kun lawaai maken), er werd wel zeer veel prijs gesteld op eloquentie en goed gesteld Nederlands. Menig functie heb ik daar bekleed, alleen nooit penningmeesterschap, maar als ik later een communist, die ik fel had bestreden, zou ontmoeten als collega in Maastricht, dan was de verhouding door tijd verzacht en leek alles vergeten.’

Van mrt 1932 tot nov 1932 was pa Hong 2e commissaris van het bestuur van Chung Hwa Hui . Van nov 1932 tot nov 1933 secretaris. Van nov 1934 tot nov 1935 en van november 1935 tot nov 1936 tenslotte president van Chung Hwa Hui. Het bestuur werd genoemd naar zijn president. Dus werd gesproken over het bestuur TKH.

Er was ook toen al in het (schokkende) gedicht dat de Indologenvereniging (IV) in 1935 in haar blad plaatste, sprake van racisme, je kunt er ook een voorbode van nazisme in lezen (lees hiervoor het artikel van Hoogervorst en Tarisa). Dat gedicht was de lont in het kruitvat in die roerige jaren.

Solidariteit met China, solidariteit met de mensen die voor de onafhankelijkheid waren van Indonesia (STPI) en solidariteit met Nederland, gastland maar ook koloniaal overheerser, alles liep door elkaar in die dertiger jaren. Valse aantijgingen over en weer, verhitte discussies. Daarin moest pa Hong zich bewegen.

Pa Hong en zijn bestuur wilden een plaats creëren waar alle Chinese studenten, ver van huis, zonder politieke beslommeringen, zich thuis konden voelen met elkaar.

Veel activisten waren het niet met hem eens. Zij wilden meer actie en veroordeelden de ‘slappe houding van het bestuur TKH’.

In de rede van pa Hong als president in het 5e lustrumjaar van CHH in 1936 stelt hij in rustige, bewoordingen de felle discussies (zoals pa Hong ook stelt: ‘er werd wel zeer veel prijs gesteld op eloquentie en goed gesteld Nederlands‘) binnen CHH aan de orde. Zijn toespraak is hier terug te lezen.

Instituut Buijs

We weten dat pa Hong op Instituut Buijs heeft gezeten. Wat rondneuzen op Delpher levert wel iets aan info op. Het blijkt dus een lagere school te zijn geweest, ‘Vereeniging Jongensschool Instituut Buijs’, met in het begin als voornaamste taak op te leiden tot toegang op de HBS. Dat klopt met de carrière van pa Hong. Maar het instituut blijkt meer te zijn. Ook meisjes werden toegelaten. Het was een kostschool en een dagschool. Volgens onze nicht Lian Go in Soerabaya zaten Pa Hong, zijn oudere broer oom Liong, zijn jongere broer oom Tik en twee zussen, tante Phine en tante Cor daar op school toen ze in Soerabaya bij de zus van opa woonden. De school was aan het Butzlingerlöwenplein. Lian vertelt dat haar vader, oom Liong naar de technische school ging, oom Tik naar de handelsschool en de twee zusjes terug naar Sepanjang, het ouderlijk huis. De twee jongste zussen (tante Djoen en tante Sjoe) gingen naar de Chinese school in Sepanjang.

avertentie 1895
advertentie 1895
Bataviaasch Nieuwsblad 1937
De Indische courant 1938

In het boek van Van Galen (geschiedenis van de Chung Hwa Hui, 1989) staat op pagina 27/28:
‘De eerste studenten hadden hun vooropleiding verkregen via particulier onderwijs of via officiële Europese scholen. Formeel waren de laatsten niet toegankelijk voor Chinezen, maar vooraanstaande en zeer rijke Chinezen konden aan Europeanen worden gelijkgesteld en zo voor hun kinderen toegang krijgen tot het Europese onderwijs. Van de studenten geboren tussen 1888 en 1903 waar we de gegevens van bezitten blijkt vrijwel iedereen als vooropleiding de ELS (Europeesche Lagere School) en HBS te hebben, in enkele gevallen voorafgegaan door privéonderwijs of een Hokkien-school. In 1908 werd met de Hollandsch-Chineesche School (HCS) een bredere basis gelegd voor Westers onderwijs aan Chinezen. Sindsdien verliep voor deze studenten de normale schoolloopbaan via HCS en HBS naar studie in Nederland, en werd het in toenemende mate mogelijk om als voorbereiding op een rechten- of medicijnenstudie in Nederland al enkele jaren hoger onderwijs te volgen in Nederlandsch-Indië.’

Lian antwoordt op mijn vraag of instituut Buijs een privéschool is:

‘dat is een school voor de rijke chinees en zeker geen HCS’

Mijn conclusie is, ondanks wat er staat in de scriptie van Van Galen, dat instituut Buijs een privéschool was voor jongens en meisjes (ondanks de naam: Vereeniging Jongensschool) en dat de school was gelijkgesteld aan de Europeesche Lagere School. Dat pa Hong op de afdeling zat die toelating bood tot de HBS en de andere broers op de techniek, c.q. de handelsafdeling zaten. De meisjes zaten ongetwijfeld op een meisjesafdeling die niet tot een verdere opleiding opleidde.

Han Go heeft ook al een keer zijn licht hierover laten schijnen en Joes en Lanny zijn met de familie naar de HBS en de artsenschool geweest. Ik kan de verschillende verhalen niet naadloos op elkaar laten aansluiten.

Wij staan open voor een andere kijk op de zaak 🙂 .

Herinnering aan ma Ans

vandaag kwam ik op Twitter het gedicht van Toon Hermans tegen dat ma Ans mooi vond. Wij hebben er toen voor gekozen het op haar rouwkaart te zetten. Ik zie nu pas dat we de eerste strofe overgeslagen hebben. Hier het gehele gedicht:

Als de stilte komt | Toon Hermans

Nu ’t rouwrumoer rondom jou is verstomd,
de stoet voorbij is, de schuifelende voeten,
nu voel ik dat er ’n diepe stilte komt
en in die stilte zal ik je opnieuw ontmoeten.


En telkens weer zal ik je tegenkomen,
we zeggen veel te gauw: het is voorbij.
Hij heeft alleen je lichaam weggenomen,
niet wie je was en ook niet wat je zei.


Ik zal nog altijd grapjes met je maken,
we zullen samen door het stille landschap gaan.
Nu je mijn handen niet meer aan kunt raken,
raak je mijn hart nog duidelijker aan.

Het is troostrijk.

Pa Hong kwam op 20-jarige leeftijd naar Leiden om daar medicijnen te studeren. Hij verliet huis en haard in Indië. Hij overleed in 1998 (91 jr oud). Wat kunnen wij – zo lang na zijn dood – nog te weten komen over hem?